De Verhuizing

Het was een zonnige voorjaarsdag. Zo’n dag waarop de wereld op haar mooist is. En zeker in de wijk waar ik naartoe onderweg was. Brede lanen omzoomd met frisgroene loofbomen, de bloesem van de Japanse sierkers kleurde de wijk roze. Het geluid van vinken, merels en koolmeesjes verzorgde een vrolijk lenteconcert, een zorgelozer omgeving kon je je niet bedenken. En toch bekroop me hoe dichter we bij dit paradijselijk oord kwam in toenemende mate een onbestemd gevoel. Voorin de grote verhuisauto luisterde ik naar de gesprekken over een hiphopconcert in Paradiso tussen de chauffeur en zijn collega naast me. Mijn mamafiets stond achterin, tussen de verhuisdozen en het kinderledikant.

Vanochtend waren mijn ouders mijn zes weken oude baby komen ophalen terwijl stoere mannen mijn chique loft in de binnenstad van Amsterdam betraden. Van mijn yuppeninrichting was niet veel meer te zien. Het designmeubilair, aangeschaft vóór de eerste telg zich aandiende en ondertussen al behoorlijk verkleurd door de vele klodders appelstroop en pindakaas die erop waren beland, was verstopt onder stapels verhuisdozen. In veel daarvan zaten overigens kinderspullen; kleertjes, babyborn poppen en rammelaars, hydrofiele doeken, beddengoed van de pink panther (een overblijfseltje van de eigen jeugd) en Dora, de Mammut stoelenset van Ikea, ja, alles wat de moderne 21e eeuwse ouder in huis heeft. De grote mannen hadden weinig woorden nodig. In een mum van tijd stonden de ramen van de dakkapel open – ik had die dakkapel zeven jaar daarvoor, toen ik nog alleen in de loft woonde er in laten zetten waarna het appartement op zomerse dagen in zonlicht baadde en mijn bezoek nog meer onder de indruk was van mijn woonsituatie dan daarvoor. Een voor een werden de verhuisdozen naar buiten getild, en hup, daar ging de glazenkast in de folie gewikkeld in zijn geheel door de opening.

Merels, vinken en koolmeesjes. Prachtig. Maar toch doet het pijn wanneer de geluiden van rinkelende trams, dronken Engelsen op bierfietsen en schreeuwende taxichauffeurs worden vervangen door vogelgetsjilp. Vogelgetsjilp en stilte.

Ik doe wat zoveel anderen voor mij hebben gedaan. En wat zoveel anderen na mij zullen doen. Ik ruil mijn appartement van een succesvolle carrièretwintiger in voor een idyllisch jaren dertig huis waar in de erker ruimte wordt gemaakt voor de knutselhoek. De afgescheiden keuken bij de woonkamer wordt getrokken. In de hal plek is voor de Bugaboo – of Joolz zo je wilt. Zodat je niet vijf trappen op moet sjouwen met je maxicosi. Want dat gaat niet meer met twee kinderen. Ik verhuis van het bruisende stadshart naar een kinderrijke buitenwijk. Naar eenvoud en geluk. Maar wennen is het wel.

 

Text: Pamela Wilhelmus

Photo by Eva Waardenburg on Unsplash

 

 

 

Laat een opmerking achter

Let op, opmerkingen moeten goedgekeurd worden voor ze worden gepubliceerd

Top